Kostuums

Erg belangrijk voor een ballet is de kostuumontwerper. Ook hij of zij begint met het maken van schetsen en werkt die later uit in zeer gedetailleerde tekeningen in kleur met omschrijvingen van de te gebruiken stoffen en versieringen. Alles moet namelijk duidelijk zijn voor de medewerkers in het kostuumatelier.
Toer van Schayk maakte kostuumontwerpen voor Het zwanenmeer .

De meeste grote balletgezelschappen beschikken over een eigen kostuumatelier. Kostuums zijn niet alleen maar mooi of boeiend, ze geven ook aanwijzingen over de eigenschappen of de gemoedstoestand van een persoon. Voor een avondvullend ballet zijn vaak wel driehonderd kostuums nodig!
Je moet je als danser optimaal kunnen bewegen, dus mag het kostuum niet uitscheuren en mag het niet te dik of te zwaar zijn. Er zijn natuurlijk uitzonderingen: voor het ballet Groosland worden de dansers in hun geheel in pakken gehesen die hun hele lijf bedekken met uitzondering van hun geschminkte gezicht. Voor een danser is dat erg zwaar: hij of zij krijgt het natuurlijk erg warm, verliest veel vocht en moet op een avond liters drinken om dat weer aan te vullen.

Voor nieuwe balletten worden nieuwe kostuums op maat van de dansers gemaakt. Voor heropvoeringen kunnen de vaak kostbare kostuums ook vermaakt worden.
Behalve dat het kostuum goed moet passen, zijn er meer dingen waarop gelet moet worden. Het kostuum moet ook goed passen bij je postuur: als een tutu te lang is lijkt het net of je benen kort zijn. Een kostuum (een uniform bijvoorbeeld) hoeft niet helemaal natuurgetrouw te zijn. Een min of meer juiste indruk kan voldoende zijn.
Op het podium, onder de diverse kleuren licht van de spots, ziet de stof van de kleren er heel anders uit dan bij daglicht. De kostuumontwerper en de naaisters weten gelukkig precies welke stof het mooiste effect heeft onder het licht en door de stoffen te verven,worden de kleuren zo aangepast dat ze het onder het licht van de theaterspot optimaal uitkomen. Door te verven kunnen kostuums ook ‘verouderd’ worden, zoals dat vereist is bij de lompen van een bedelaar of van Assepoester.

Het balletkostuum door de eeuwen heen

In de loop der eeuwen zie je dat kostuums van balletdansers de nodige veranderingen hebben ondergaan. Vóór de romantische periode zie je dat de kostuums vooral geïnspireerd zijn op de mode aan het hof. In de 19e eeuw in de romantische periode waren rokken voor de danseressen al een stuk lichter en korter en transparanter zodat ze hoger konden springen en tevens de indruk van gewichtloosheid gewekt zou worden. Ook kon het publiek de bewegingen van benen, en met name de kuiten, zo goed zien. In de tijd van het klassieke ballet werden de rokken nog korter om het publiek het ingewikkelde benenwerk nog duidelijker te kunnen tonen. Aldus ontstond de tutu . Zo’n tutu heeft een strak lijfje en een rok van vele lagen tule. De gehele lijn van het been blijft zichtbaar.
Voor mannen bestaat de dracht uit een balletmaillot en een hemd of een jasje.
In de 20e eeuw zie je dat de kostuumontwerpers steeds meer gaan proberen authentieke kledingstukken te ontwerpen die te maken hebben met de tijd en de plaats waarin het ballet zich afspeelt. In de moderne dans hullen dansers zich in ruime gewaden of wordt er zelfs naakt gedanst. Ook wordt er geëxperimenteerd: voor sommige balletten zoals Parade, Het Triadische Ballet en Groosland werden kostuums ontworpen die zeer spectaculair ogen, maar waar minder lekker in te bewegen viel.