Middeleeuwen

1050 - 1400

In de Middeleeuwen bestempelde de katholieke kerk in West-Europa dansen al snel als zondig. Tot in de zesde eeuw waren religieuze dansen in de kerk echter heel gewoon geweest. Omdat deze dansen, met name de Dodendansen vaak een extatisch karakter hadden waarbij de dansers zo opgezweept werden dat ze buiten zinnen raakten, meende de Kerk in dit soort uitingen steeds meer het werk van de duivel te moeten zien.
Als er al gedanst werd in de kerk, dan waren dat stijlvolle en rustige bewegingen, ondergeschikt aan het gebed, waarbij het vooral ging om genezing en zuivering van de geest. Een voorbeeld hiervan was de circeldans . Nadat bij het concilie van WŁrzburg dansen definitief verboden werd, nam men voortaan genoegen met brave en ingetogen 'aftreksels': de processie en de labyrinthdans, een variant daarop waarbij priesters en kerkgangers een denkbeeldige bedevaart naar Jeruzalem maken waarbij zij een doolhofachtig patroon (het labyrint), aangebracht in de vloer van de kerk volgden.

In deze periode is dans buiten de kerk meer een soort gezelschapsspel waarmee het volk en de adel zich op feesten en partijen vermaakte. Minstrelen maakten vaak een dans als onderbreking van hun zang en potsenmakerijen. Dans was bij het gewone volk spontaan, niet aan regels of voorschriften onderhevig. Deze dans was vaak onstuimig en openhartig in hun seksualiteit en aardsheid, ondanks de opgeheven vinger van de kerk. Zo was de rondedans in die kringen erg populair:in een lange ketting van mannen en vrouwen die elkaar bij de hand hielden danste men in een open of gesloten cirkel of in een lange rij.
In zekere zin aapte de adel het boerenvolk na, alleen op een meer hoofse en verfijnde manier. Aan de hoven in BourgondiŽ en ItaliŽ werden toen al grootse feesten gehouden. Als de adel ging dansen daarbij, volgden de dansers allen dezelfde bewegingspatronen en raakte men elkaar hooguit met de vingertoppen aan. Echt wild tekeer gaan was er niet bij: dat kwam met name door de kleding. Voor de dames lange slepen en voor de heren kousenbroeken met schoenen met zeer lange punten, waardoor je voetoppervlak wel twee keer zo groot werd.

Met de komst van de Renaissance, een tijdperk waarin de macht van de kerk afnam, rond 1450, werd dansen weer populair.

Terwijl dansen op kerkhoven en bij begrafenissen in het vroege christendom een normaal verschijnsel was, keurde Augustinus al in de vijfde eeuw in een preek de dans af. Hij klaagde dat het kerkgebouw waarin zich het gebeente bevond van de heilige Cyprianus "....verstoord werd door de ziekmakende onbeschaamdheid van dansers".

Je kunt stellen dat elke verbinding van dans en dood een Dodendans genoemd kan worden: dansen door doden, voor doden, rond doden, om te doden, om te sterven of juist om niet te sterven. De vorm die het meest voorkomt is echter geen concrete dans maar een metafoor : voor ons allemaal komt het moment dat de Dood je uitnodigt voor de laatste dans. Je ziet dit op allerlei schilderingen uit de Middeleeuwen en in tijden van pest en oorlog was dit thema angstaanjagend actueel....
Op onderstaande site vind je zeer uitgebreide (Engels- of Franstalige) informatie over allerlei zaken als Dodendansen in diverse landen en culturen gedurende de middeleeuwen.

Gerelateerde voorstellingen:

Gerelateerde multimedia: