Romeinen

-200 - 323

De Romeinse schrijver Lucianus vond dans het rijkste geschenk van de muzen aan de mens. Volgens hem was de dans tegelijk met de schepping van de kosmos ontstaan: de orde in het heelal was voor hem een rondedans van de planeten en sterren van goddelijke oorsprong.
Bij de hogere burgers gold dans dan ook als belangrijk deel van de opvoeding. Natuurlijk betrof dat de plechtstatige wijze van dansen en niet het frivole of ordinaire gedans waar het gewone volk zo dol op was, dat was meer voor dronkenlappen!

Onder Griekse invloed ontwikkelde zich vanaf 200 v. Chr. de Romeinse theaterdans. Mime en pantomime speelden daarbij een grote rol. Omdat de Romeinse dansers zware kleding en maskers droegen om op het toneel beter zichtbaar te zijn, was druk en vitaal dansen wel moeilijk; dansen bestond voornamelijk uit been- en voetbewegingen om het ritme aan te geven.

Bij de Romeinen was dansen vermaak geworden en een algemeen geaccepteerd gebeuren. In de latere wat meer decadente periodes van het Romeinse Rijk gingen ook dames meedansen en daarmee kreeg dans een meer erotische lading. De Christelijke Kerk die toen in opkomst kwam, was met deze ontwikkelingen niet zo blij en zo zie je dan dat uiteindelijk dansers niet meer optreden in het theater maar als een soort rondtrekkende kermisklanten optraden op allerlei (volkse) feesten. Hieruit zullen later in de middeleeuwen de troubadoers en jongleurs ontstaan.