Renaissance

1400 - 1550

Toen een adelijke Italiaanse uit een belangrijk vorstengeslacht, Catharina de Medici , in het huwelijk trad met de Franse koning Hendrik II, nam ze een heel gezelschap mee van koks, kunstenaars en musici. Zodoende werd behalve de kookkunst ook de Italiaanse versie van dans geïntroduceerd aan het Franse hof. Deze soort dans,al snel bekend onder de naam ballet , werd buitengewoon populair, omdat het een theaterspektakel was dat behalve uit dans, ook uit muziek en poëzie bestond.
Deze eerste balletuitvoeringen hadden weinig uit te staan met het ballet dat wij nu kennen. Het waren ware monsterproducties die een hele dag of zelfs langer konden voortduren en waar de hovelingen zich konden vergapen aan exotische dieren, bont gekostumeerde figuranten die af en aan paradeerden, en soms zelfs hordes soldaten die op kwamen marcheren. Er werd gezongen en poëzie gedeclameerd en er werd vooral heel veel gegeten. Maar naarmate de jaren vorderden, werd het aandeel van de dans geleidelijk steeds groter.
Het gezelschap wat deze voorstellingen opvoerde was het Ballet Comique de la Reine en stond onder leiding van Balthasar de Beaujoyeux . Dit gezelschap maakte toen al gebruik van spectaculaire hulpmiddelen als machinerieën en draaiende tonelen.
Opvallend is dat bij dit soort dansfeesten (ook wel masques genoemd) het hele hof meedeed: vaak eindigden deze masques met een scène waarbij het hooggeplaatste publiek zich vermengde met de dansers, als teken van instemming met het vertoonde spel.
Een van de meest bekende producties van dit gezelschap was het stuk over Circe, de tovenares uit de Odyssee, die dieren in mensen veranderde. Alle registers werden hierbij opengetrokken: met behulp van allerlei toneelmachines daalde bijvoorbeeld Mercurius, de boodschapper van de Goden uit de hemel neer of verscheen oppergod Jupiter boven op de wolken!
Catharina gebruikte de dansfeesten ook voor haar politieke ambities: in het ballet “La défense du Paradis” verdedigt haar (katholieke) zoon Karel IX het aards paradijs tegen de aanval van haar politieke (en protestantse) tegenstander Hendrik van Navarra.

Ballet zoals we dat vandaag kennen en nog dagelijks op vele podia kunnen zien is tijdens de Renaissance ontstaan aan de Italiaanse hoven. Het woord ballet komt oorspronkelijk van het Italiaanse 'ballo' en het Franse 'bal', vertaald in gewoon Nederlands als simpelweg 'bal'.
Op een bal werd door hovelingen en de mensen van adel naar hartelust gedanst volgens patronen in vaststaande dansen. Je moest je daarbij precies aan de regels houden. Het 'leren dansen' maakte deel uit van de opvoeding in de hogere kringen. Onder leiding van aan de hoven verbonden dansmeesters leerden de hovelingen verschillende vormen van hofdans, gebonden aan zeer strakke regels.
Voorbeelden daarvan zijn de bassa-dans , bestaand uit eenvoudige passen, waarbij men zich opstelt in rijen of in een circel. De danse-haute wordt gedanst met gesprongen passen.
In Italië werden de hofdansen geordend in suites, een vaste opeenvolging van bepaalde dansen. Bij feestelijke gelegenheden werden die suites dan weer aangevuld met gedichten en liederen, gepresenteerd met prachtige kostuums en decors, zodat een spectaculaire voorstelling ontstond. Zo zie je dat in het hofballet muziek, dans, zang, mime en voordracht steeds meer gecombineerd werden.
Maar niet alleen aan de hoven werd gedanst. Het 'gewone volk' vierde op haar manier feest: met volksdansen op het marktplein tijdens de kermis of een bruiloft. En dát gebeurde al sinds mensenheugenis. Deze dansen hadden een veel spontaner karakter, waren minder aan regels gebonden en waren soms zelfs seksueel getint. Logisch dat de hogere standen, met de Kerk voorop, dat eigenlijk maar niks vonden.

Baldassare Castiglione wist hoe het moest!

In 1528 legt hij in het boek ‘Il Libro del Cortegiano’ (Het boek van de hoveling) vast over welke vaardigheden een hoveling aan de Italiaanse hoven diende te beschikken. Behalve musiceren, paardrijden, zwaard vechten, jagen en een flink stuk algemene ontwikkeling moest je ook jezelf soepel en elegant kunnen bewegen. Alles wat je deed moest vlot, moeiteloos en sierlijk verlopen. Zichtbare inspanningen en houterigheid waren niet gepast en niet gracieus. Je mocht je niet laten meeslepen door gevoelens: dat deden gewone stervelingen, maar hovelingen zeker niet! Dit alles stond in dienst van de liefde van de toegewijde hoveling tot zijn vorst.
In deze tijd begonnen de dames zich in corset te hijsen want het lichaam was een theatraal kunstwerk en dat diende de elite dan ook uit te stralen. Controle over je lijf en motoriek werd verkregen door een hele reeks oefeningen in bewegen, correct staan, en leren hoe je een waaier of zwaard diende te hanteren. Door een trotse houding kon je je als hoveling onderscheiden van de lagere standen, die krom liepen van het harde werken. Het corset hielp de dames daarbij, losse kleren werden trouwens ook geassocieerd met losse zeden….. Vanwege de lange en insnoerende kleding en schoenen met lange punten én de hoofse ingetogenheid, danste men zeer plechtstatig de bassa-dans , bestaande uit een grote hoeveelheid buigingen, passen en wendingen volgens vaste geometrische patronen waarbij de voeten steeds in contact met de dansvloer blijven. Je zult begrijpen dat dit elegante bewegen en het dansen in elkaars verlengde lagen.
Aan het begin van de 17e eeuw werden in Italië twee boeken uitgegeven: ‘De gratieën van Amor’ (1602) en ‘Nieuwe uitvindingen van dansen’(1604). Daarin beschrijft de auteur Cesare Negri, door hemzelf bedachte danspassen en samengestelde dansen. In 1554 komt Negri naar Parijs om daar aan het hof van de Franse koning de verfijnde Italiaanse omgangsvormen bij te brengen. Daar hoorden ook de figuurdansen bij waarin bij de choreografie speciaal gelet was op de figuren en patronen van de dans in de ruimte om de toeschouwers een esthetisch genoegen te schenken.
Deze theatrale dansen waren oorspronkelijk intermezzo’s bij staatsbanketten en feesten en zouden een doorslaggevende rol gaan spelen bij de verdere ontwikkeling van de hofdans.
In zijn choreografieën verandert de Italiaans-Franse balletmeester Balthasar de Beaujoyeux de tot dan toe gebruikelijke gezelschapsdansen die aan het hof bij festiviteiten meestal de boventoon voerden. Voor het eerst introduceert hij zeer ingewikkelde danspatronen, uit te voeren door grote groepen dansers in een gestructureerde dramatische opzet. In 1581 breekt hij definitief door met zijn creatie in opdracht van Catharina de Medici Le Ballet Comique de la Reine.
Heel veel info en plaatjes over dansen in de Renaissance vind je hier of hier in het Engels.

Gerelateerde voorstellingen:

Gerelateerde personen:

Gerelateerde multimedia: