Première: 07-02-1686, Den Haag
Periode: Gouden Eeuw in Nederland
Door: Willem III (Opdracht)
Koning-stadhouder Willem III volgt op bescheiden wijze de Franse zonnekoning Lodewijk XIV na met dit ballet.
De theatrale voorstelling duurt evengoed toch nog vijf uur en bestaat volgens het Franse voorbeeld uit entrees waarbij dans en muziek domineren. Willem is op dat moment 18 jaar oud en troonopvolger en danst drie rollen in het ballet mee. Opvallend zijn zijn rollen als herder en boerendeerne, maar de belangrijkste rol is die van de mythologische god van de handel Mercurius, die uiteindelijk vrede brengt tussen de Nederlanden en in Engeland. Verder zag je o.a.in dit ballet de godin van de tweedracht ruzie stichten tussen Engeland en de Nederlanden,en de godinnen van de vrede en de faam bezongen aan het eind van het stuk de herwonnen vrede en de goede afloop.
Als we de beschrijvingen van tijdgenoten mogen geloven danste Willem III best wel goed, zoals het een echte hoveling betaamt. Naast solodansen waren er boertige en komische scènes en , een verwijzing naar de internationale handelsbetrekkingen tussen de Nederlanden en het buitenland, exotische dansen.
Het onderwerp had dus duidelijk een politieke lading, maar door de spectaculaire vertoning met veel vertoon van glitter en rijkdom vond het stuk weinig waardering in de ogen van de protestante critici.
Dat nam niet weg dat het stuk wegens grote belangstelling twee keer werd opgevoerd..
In 1686 wordt in de zogenaamde Pikeerschuur, een als theaterruimte ingerichte manege aan de zuidzijde van het Buitenhof, door de toen 18-jarige Willem III een ballet gegeven ter gelegenheid van de Vrede van Breda.
Er wordt gedanst door de prins zelf en door talrijke andere hoge edelen van Holland.
Het ballet, getiteld 'Ballet de la Paix', is een allegorie op de vrede tussen Engeland en Nederland. Twee voorstellingen vinden plaats, op 7 en 8 februari 1668, voor genodigden uit bestuur en diplomatie.
Het ballet begon om 20.00 uur om pas tegen de ochtend afgelopen te zijn. Het was gebaseerd op het Franse 'ballet à l'entrées', met 22 verschillende opkomsten.
De nadruk lag op een schitterende aankleding met spectaculaire vermommingen.Elke entrée werd ingeleid met een gezongen of gedeclameerde verklaring over wat men te zien zou krijgen. De passen en choreografieën waren gebaseerd op kunstig versierde gezelschapsdansen.
Op het eind van de voorstelling kwamen de dansers de zaal in om een dame uit het publiek uit te nodigen om een dansje met hen te wagen op het podium.
Het script van dit ballet door Hillebrandt van Wouw is bewaard gebleven.
Helaas zijn de gegevens over de choreografie van de Franse balletmeester Bertrand Duha (1643-1651) verloren gegaan.Er zijn echter nog enige verslagen, o.a. van Cosimo de Medici, die ons een idee geven van het spektakel. Van dit ballet zijn geen latere versies bekend.