l'aprèsmidi d'un faune

Première: 1912, Parijs,Théâtre du Châtelet

Periode: Een Russische dansrevolutie
in Europa!

Door: Serge Diaghilev (productie)

Dit ballet is afkomstig van danser en choreograaf Vaslav Nijinsky en componist Debussy.
Het ballet l'Après-midi d'un faune op muziek van Debussy (Prélude à l'après-midi d'un faune) vormde een keerpunt in de ontwikkeling van de Ballets Russes.
Vaslav Nijinsky , topdanser van het gezelschap en oogappel van Diaghilev , bedacht voor zijn debuut als choreograaf een nieuwe danstechniek, die was ontleend aan de schilderkunst op Griekse vazen en Egyptische friezen. Net als op de vazen was de romp van de dansers naar het publiek gekeerd en werden hoofden en ledematen en profile getoond. De opzet was bijna tweedimensionaal, door het gebruik van parallelle beenhoudingen en een gedraaide torso, daarbij bijna letterlijk de griekse afbeeldingen navolgend.
Het publiek vond het nogal vreemd maar was vooral overstuur omdat Nijinsky aan het slot van het ballet met een sluier speelde alsof hij ermee masturbeerde.....

Serge Lifar, een bekend Frans choreograaf maakt in 1935 een nieuwe versie van dit ballet. Jerome Robbins maakt in 1953 waarschijnlijk de best geslaagde moderne versie van dit ballet.
Het toont een danser en een danseres in een balletstudio die zich emotioneel meer en meer tot elkaar voelen aangetrokken.
Een voorstelling gemaakt door Toer van Schayk en geïnspireerd op l'aprèsmidi(kortweg 'Faun') is ook bij Het Nationale Ballet op het repertoire geweest.

De muziek van de Franse componist Claude Debussy (1862-1918) wordt vaak als impressionistisch omschreven en vergeleken met de nieuwe stroming in de schilderkunst van zijn tijd, het impressionisme.
Debussy zelf had een hekel aan dat etiket. Toch had hij veel gemeen met de impressionistische schilders van zijn tijd zoals bijvoorbeeld Monet, Manet en Renoir. Want net als zij wilde hij niet een concrete muzikale werkelijkheid tonen, maar slechts een vage indruk daarvan, een impressie.
Met dit weergeven van een impressie gooide de jonge eigenzinnige componist het concept overboord, dat muziek aan bepaalde regels moest voldoen, een vaste structuur moest hebben en een duidelijke richting.
Zijn eerste werk in deze revolutionaire stijl schreef Debussy in 1894: Prélude à l'après-midi d'un faune. Dit stuk werkte als een eye-opener voor belangrijke 20ste-eeuwse componisten.
Het orkestwerk duurt ongeveer tien minuten en is een vrije fantasie over het gelijknamige gedicht, dat verhaalt over een faun en zijn dagdromen op een zwoele namiddag. De muziek beschrijft het gedicht niet letterlijk, maar ze schetst een algehele atmosfeer van luchtige nostalgie en zachte dromerigheid. Alleen al de openingsmelodie zette de toen geldende principes op losse schroeven: er klinkt slechts één instrument, de fluit, symbool van de dromende faun. De melodie daalt en stijgt, als een meeuw die zich laat mee wiegen op de golven. Ze krult en wentelt zich lustig als een arabeskversiering op de muur van een Moors paleis. Dan valt het orkest in. De samenklanken zijn rijk en vol, vanwege de warme kleuren van de houtblazers (fluiten, althobo) en de hoorns, en de afwezigheid van luidruchtige blaas- en slaginstrumenten. Als in een droom kabbelt de mysterieuze en exotische muziek verder.