Dansen doe je met je lichaam

Wordt er onderscheid gemaakt naar het 'beginpunt' van
de dans?

De danser springt, draait, reikt, beweegt alleen met zijn armen of kronkelt met zijn hele lijf. Wat je ziet is dat zijn lijf beweegt: het lichaam is het 'instrument' van de danser dat hij heel bewust gebruikt.
Er is onderscheid te maken naar de aanzet (beginpunt) van de beweging: bijvoorbeeld in de romp of in de hand.
In jazzdans vindt de aanzet van de beweging vaak plaats in armen en benen, in moderne dans vaak in het centrum van de romp.
Een ander onderscheid is de totaal beweging of isolatie beweging : bij totaal bewegen beweegt het hele lichaam, bij isolatie wordt een deel van het lichaam bewogen en de rest wordt stil gehouden; het lijkt alsof er gebaren worden gemaakt.
Nog een onderscheid is symmetrisch of asymmetrisch bewegen. Bij symmetrische bewegingen spiegelt de ene helft van het lichaam de andere helft.
Symmetrische bewegingen hebben vaak een meer evenwichtig of zelfs statisch karakter ten opzichte van asymmetrische bewegingen.
Het springen, rollen, draaien, rollen, balans houden etcetera heet dansactie.
De mate van afwisseling van dansacties in een choreografie bepaalt mede de levendigheid van de dans.
Meestal kiest of ontwerpt de choreograaf voor zijn choreografie danspassen (specifieke stappen en verplaatsingen) en danscombinaties (combinatie van verschillende dansbewegingen) die in de dans regelmatig terugkomen.