Natuurlijk zijn niet alle dansers hetzelfde gebouwd. Er gelden echter wel een paar algemene basiseisen:
Je moet beschikken over naar verhouding lange, sierlijke armen en benen en een sterke, soepele rug.
Je gewrichten mogen niet te stijf, maar ook niet te los zijn en je benen moeten mooi recht zijn: knotsknieën of O-benen vallen dus af.
Een niet al te groot en gracieus hoofd is een voordeel.
Iemand met een algemene tengere bouw ziet men op de dansacademie liever dan een stevig geschouderd sportschooltype.
Een goede uitdraai vanuit de heupen is erg belangrijk.
Ook de vorm van de voeten is belangrijk: voor meisjes is een hoge wreef van belang, met het oog op de spitzen die je ongetwijfeld veelvuldig zult gaan dragen.
De pezen van de achterdijspieren, de ‘hamstrings’ mogen niet te stijf zijn.
Heb je al deze lichamelijke eigenschappen, dan ben je al aardig op weg. Je moet er natuurlijk wèl mee om kunnen gaan: een goede houding en lichaamsbeheersing staan vanzelfsprekend voorop. Ook je conditie moet in orde zijn. Wie al puffend en steunend over het podium davert houdt het natuurlijk niet al te lang vol…..
Uiteraard is algemeen muzikaal gevoel een vereiste. En een middelbare schoolopleiding (minstens VMBO of Havo) moet je met goed gevolg doorlopen hebben.
Je moet sterk in je (dans)schoenen staan en om kunnen gaan met teleurstellingen en tegenvallers, zoals mislukkingen, pijn en blessures. Net als topsporters ben je steeds op zoek naar je grenzen en daarbij is een sterke wilskracht onontbeerlijk. Zelfkennis, relativeringsvermogen, een hoge pijngrens, doorzettingsvermogen, het zijn allemaal karaktereigenschappen die je als danser een flink eind op weg kunnen helpen.