Voor elke productie moet een lichtplan gemaakt worden. Zo’n lichtplan voorziet per scène in de vereiste belichting. Achter in de zaal in een aparte cabine bevindt zich een bedieningspunt waarvandaan alle spots bediend kunnen worden. Tegenwoordig wordt in moderne theaters alles computergestuurd geregeld. Voor het zo ver is moeten alle lampen en spots opgehangen worden aan de ‘trekken’ boven het toneel. Met allerlei hijsmechanismen kan zo’n stellage op precies de vereiste hoogte gebracht worden. Als dan ook het decor op het podium opgezet is, wordt alles uitgelicht. Daarna volgt een repetitie voor de techniek. Alle lichtstanden worden achtereenvolgens op dansers (gekleed in hun kostuums) en decors losgelaten om de effecten die men op het oog heeft op de juiste waarde te kunnen schatten. De theaterspots beschikken over gekleurde doorzichtige filters die je voor de lamp kunt zetten. Op deze wijze kun je elke kleur licht krijgen die je wilt. Met de vier zijkleppen rondom de lamp kan de kadrering van de lichtbundel worden aangepast.