Decor

Vaak is het de choreograaf , in overleg met de artistiek directeur van een balletgezelschap, die een decorontwerper benadert om aan een voorstelling mee te werken. Het decor wordt bij de sprookjesballetten bij voorbeeld geschilderd op grote lappen textiel die op houten raamwerken worden opgespannen. Voordat het zover is heeft de ontwerper eerst zijn ideeën voor elke scène vastgelegd in allerlei krabbeltjes, schetsen en uitgewerkte tekeningen. Van het uiteindelijk ontwerp wordt vervolgens een maquette op schaal gemaakt die dient als houvast bij het schilderen en bouwen van de decors op ware grootte. Een aantal maquettes en schetsontwerpen van Toer van Schayk die hij maakte voor Het zwanenmeer en de Nederlandse bewerking van de Notenkraker vind je daar.

Natuurlijk vindt in dit proces intensief overleg plaats tussen choreograaf , productieleiding en decorontwerper. Een decor kan bestaan uit een voordoek en achterdoek met soms reusachtige formaten (20 x 12 meter is geen uitzondering). Zo’n groot doek zet je natuurlijk niet op een schildersezel. Het wordt op de grond geschilderd, meestal door verschillende personen met tekeningen van de decorontwerper, voorzien van een raster (raamwerk) als hulpmiddel bij het uitvergroten, als uitgangspunt. De coulissen aan de zijkant van het toneel maken het toneelbeeld compleet. Op het podium wordt zo een ruimtelijke indruk geschapen van een open plek in het bos, een balzaal in een paleis of een groot middeleeuws kasteel. De decors worden gebouwd in een aparte werkplaats waar een balletgezelschap meestal over beschikt. Decorstukken moeten makkelijk te vervoeren, op te bouwen en af te breken zijn en ze moeten, als ze meegenomen worden op tournee, natuurlijk tegen een stootje kunnen. De decors voor de voorstellingen in Het Muziektheater worden geschilderd en gebouwd in een grote werkplaats in Amsterdam Zuidoost. Als je een indruk wilt krijgen van deze werkplaatsen en van wat daar gedaan wordt, klik dan op de plaatjes hiernaast.