Technische principes: reach the
sky!

Tot de twintigste eeuw berustte het belangrijkste principe van ballet op het en-dehors, zoals dat genoemd wordt, oftewel het buitenwaarts draaien van benen en voeten, van links naar rechts. Dit 'uitgedraaid zijn' gold als buitengewoon sierlijk en kunstig.
In de negentiende eeuw ontstond het romantische ballet. Deze specifieke dansvorm was ook gebaseerd op het 'en-dehors', maar kreeg er een aantal belangrijke elementen bij: het streven naar de lichamelijke verbeelding van hoge menselijke idealen door - letterlijk - verticale bewegingslijnen. De dansers maakten grote luchtsprongen, de danseressen kregen spitzen (balletschoenen met een verharde voorkant, net zoals bij legerkistjes) aan de voeten waarmee ze gedwongen werden op hun tenen te dansen. Alles stond in dienst om 'de hemel aan te raken', als een soort klassieke variant op 'The sky is the limit'.
Elk klassiek ballet -ook wel academisch ballet genoemd- gaat uit van dezelfde vijf basisposities, de schouders zijn omlaag, het bekken is gekanteld en het hoofd wordt rechtop gehouden, alsof het aan een touwtje vast zit aan het plafond. De klassieke ballethouding bestaat uit slanke, strakke en toch soepele lijnen. Deze eenheid op technisch gebied is niet al te streng. Er bestaan verschillende 'balletsystemen' die in beginsel aan elkaar gelijk zijn- alle gebaseerd op de vastgelegde techniek van de Franse hofdansen -, maar in detail wijken ze van elkaar af. Er is een Franse, Russische, Italiaanse en Engelse balletstijl. Deze stijlen variëren in de wijze waarop dansers worden opgeleid en hoe de basisposities worden uitgevoerd.
Om een goede danser of danseres te worden moet je beschikken over goede lichamelijke 'randvoorwaarden': je moet uitgedraaid zijn (je bekken mag niet op slot zitten maar moet lekker flexibel zijn), goede extenties hebben (de benen moeten goed omhoog gezwaaid kunnen worden), en je dient in het bezit te zijn van goede voeten met rekbare achillespezen.