Boekverbrandingen

1936 -

Als Adolf Hitler in 1933 aan de macht komt, perkt hij al snel elke vrijheid in. Schilderijen en boeken die in zijn ogen Ďentartetí waren, omdat ze niet overeenkwamen met de nationaal socialistische normen, werden door de naziís uit bibliotheken en musea verwijderd en op grote brandstapels verbrand, of, als het dure kunstwerken betrof, verkocht aan het buitenland.
Dit lot trof met name boeken en kunst, gecreŽerd door Joodse schrijvers en kunstenaars. Vele schrijvers en kunstenaars weken in die jaren uit naar buurlanden, en , toen op het einde van de dertiger jaren de oorlogsdreiging steeds sterker werd, naar de V.S, waar zij belangrijke impulsen gaven aan de Amerikaanse kunstwereld.
Dat leidde ertoe dat New York de rol van kunstcentrum van de wereld overnam van Parijs.

Gerelateerde perioden: