Beeldenstorm

1566 -

De calvinisten mochten geen eigen kerkgebouwen hebben. Ze hielden daarom in de openlucht de hagepreken.
Deze hagepreken trokken veel mensen. De predikers verkondigden dat de problemen in die tijd (hoge broodprijzen, werkeloosheid) door God veroorzaakt waren omdat er in de kerken beelden van Maria en andere heiligen stonden, die moesten worden verwijderd omdat al die beelden en versiering de aandacht van het Woord, zoals verkondigd in de Bijbel, zouden afleiden.
Op 10 augustus 1566 sloeg de vlam in de pan en begon de beeldenstorm. Glas in lood ramen werden kapot geslagen, beelden van de sokkel getrokken en muurschilderingen weggekwast met witsel. Zo waren de kerken geschikt voor de Protestantse eredienst.
Over de oorzaken van de beeldenstorm zijn historici het nog niet eens maar een aantal mogelijkheden zijn hieronder opgesomd.
Godsdienstige oorzaken
Haat van calvinisten tegen de katholieke eredienst met alle sier en heiligenbeelden die maar deden denken aan afgoderij.
Woede over het optreden van de inquisitie.
Verlangen naar eigen kerkgebouwen.
Sociaal-economische oorzaken:
Grote werkeloosheid.
Hoge graanprijzen met als gevolg honger
Grote armoede.

Gerelateerde perioden: