De schone slaapster

Première: 15-01-1890, St.Petersburg (Maryinskytheater ).

Periode: Romantisch ballet in Rusland

Door: Pjotr Iljitsj Tsjaikovski (muziek)

In 1697 bedacht de Franse schrijver Charles Perrault het sprookje Doornroosje (The Sleeping Beauty). Marius Petipa maakte er in 1890 in Sint Petersburg het inmiddels wereldberoemde ballet van.
De hierop gebaseerde spectaculaire versie van de Engelse choreograaf Sir Peter Wright werd op eerste kerstdag 2003 gedanst door Het Nationale Ballet en rechtstreeks uitgezonden door de NPS.
De hoofdrollen werden die middag gedanst door de eerste solisten Sofiane Sylve (prinses Aurora) en Gaël Lambiotte (prins Florimund).
The Sleeping Beauty is meer dan 125 jaar na de première in Sint Petersburg nog steeds een van de grootste klassiek-romantische sprookjesballetten. Niet alleen vanwege de 90 dansers die Het Nationale Ballet inzet om dit verhaal in drie actes plus proloog te verbeelden. De speciaal door Pjotr Iljitsj Tsjaikovski gecomponeerde muziek speelt een belangrijke rol, net als de overdadige en oogverblindende kostuums en de decors van Philip Prowse.
The Sleeping Beauty is een hoogtepunt van het 19de eeuwse balletrepertoire. Bovendien geldt het stuk als een van de meest veeleisende voorbeelden van klassiek-romantische ballettechnieken.
Vooral de rol van Aurora is door de vele spitzen-variaties technisch een van de zwaarste. Wright noemde The Sleeping Beauty niet voor niets ‘de bijbel van het klassiek ballet’.

Opvoeringsgeschiedenis van The Sleeping Beauty, oftewel Doornroosje, oftewel Spjasjaja Krasavitsa, oftewel The Sleeping Princess, oftewel De Schone Slaapster oftewel Bella Addormentata ……..
Wie het heeft over het ballet The Sleeping Beauty, noemt daarbij in een ademde namen van Marius Petipa en Pjotr Iljitsj Tsjaikovski .
Hun uitvoering uit 1890 van het aloude sprookje is vast en zeker de meest bekende balletinterpretatie van dit sprookje, maar zeker niet de eerste. Al in 1825 werd het verhaal van sprookjesschrijver Charles Perrault gebruikt voor een ballet en ook daarna is het ontelbare keren voor dans bewerkt.
Petipa maakte The Sleeping Beauty (Spjasjaja Krasavitsa in het Russisch) voor het Keizerlijk Ballet van Sint Petersburg. Het was een lofzang op tsaar Alexander II en zijn regering; niet voor niets verwezen de kostuums en decors naar de grandeur van de Franse Zonnekoning Lodewijk XIV aan wie de Russische vorst zich graag spiegelde.
Serge Diaghilev bracht het balletsprookje onder de titel The Sleeping Princess als eerste in het westen goed onder de aandacht in de twintiger jaren van de vorige eeuw.
Deze productie van Les Ballets Russes ging in Londen in première en is onder andere door de torenhoge kosten en de aankleding van decorontwerper Leon Bakst wereldberoemd geworden.
Het Nationale Ballet heeft verschillende Doornroosjes op het repertoire gehad. In 1968 een moderne versie van Conrad Drzewiecki, in 1972 de versie van Roland Casenave naar de productie van het Ballet van de markies De Cuevas. In 1981 kwam de Engelsman Sir Peter Wright met zijn Sleeping Beauty.
Deze uitvoering in de Amsterdamse Stadsschouwburg werd destijds geregistreerd door de NOS en Alexandra Radius en Henny Jurriëns dansten toen de hoofdrollen. In 1989 werd Wrights ballet aangepast aan het veel grotere toneel van het nieuwe Muziektheater.
Wright neemt Petipa als uitgangspunt, maar hij is ook verbonden met de Engelse traditie. Die begon met het Vic-Wells Ballet (het huidige Royal Ballet). In 1939 ensceneerde Nicholas Sergejev, de choreograaf die ook bij Diaghilev’s The Sleeping Princess betrokken was geweest, daar zijn Sleeping Beauty. Het vervolg in 1946 was veel rijker aangekleed, met ontwerpen van Oliver Messel. Deze productie bleef 18 jaar op het repertoire en vormde de basis voor veel latere Beauties bij The Royal Ballet.
In december 2003 voerde Het Nationale Ballet Wrights bewerking weer uit en deze versie staat op onze website in het middelpunt. De live uitzending op 25 december 2003 (met Sofiane Sylve en Gaël Lambiotte als Aurora en Florimund) kwam vanuit Het Muziektheater .
The Sleeping Princess van Les Ballets Russes , een ballet, geïnspireerd op het sprookje ‘De schone slaapster’ van Charles Perrault ging in première in het Alhambra Theatre in London, op 2 november 1921. Het was de tijd van het jaar waarin normaal gesproken de traditonele pantomime shows werden opgevoerd.
The Sleeping Princess was een typisch Diaghilev -onderneming: wat hij in de jaren twintig wel vaker deed was het oppikken van oude plotten en muziekstukken, en die in een nieuw jasje steken met behulp van eigentijdse ontwerpers en kunstenaars.
Waar Diaghilev eerder al die groepsscènes bij Petipa had verfoeid, liet hij Petipa nu en detail reconstrueren. Dit werk werd toevertrouwd aan Nicholas Sergejev, voormalig regisseur van het Marijinsky Theater in Sint Petersburg. Bronislava Nijinska , de zus van Nijinsky , zorgde voor wat nieuwe nummers bij de oude choreografie . De muziek van Tsjaikovski werd deels opnieuw georchestreerd door Igor Stravinsky . Tot op dit moment was The Sleeping Beauty in Europa zo goed als onbekend.
Het Alhambra Theatre stak zo’n 10.000 pond in deze productie, en op de valreep voor de premiere nog eens 10.000.
Vooral de weelderige decors en kostuums van Leon Bakst zogen geld op (en dan werd Bakst zelf nog niet eens betaald). Bakst's architectonische perspectieven waren gebaseerd op de architectuur van de Bibienas. Er werd geschilderd in Londen en Parijs, Bakst ging als een soort maarschalk heen en weer.
Sommige kostuums bleken zo zwaar dat een danser niet eens meer kon springen. De toneelmachinerieën waren complex en werkten niet goed - bomen groeiden niet, het achterdoek haperde, tule rokjes bleven haken. De première werd er zelfs een dag om uitgesteld.
Diaghilev koos voor verschillende casts omdat de rol van Aurora te zwaar was om avond na avond te dansen. Olga Spessitseva opende, daarna kwamen nog Lubov Egorova, Vera Trefilova (deze 46-jarige dreigde kort voor haar debuut ook nog eens zelfmoord te plegen, omdat ze dacht te falen als 16-jarige Aurora!) en Lydia Lopokova, die ook de rol van een der feeën vaak danste. Voor de rol van boze fee Carabosse stelde Diaghilev Carlotta Brianza aan, de danseres die in 1890 prinses Aurora had gedanst.
De grote Aurora was Spessitseva – het schijnt dat zelfs haar collega’s in de studio van weersomstuit stopten met repeteren en ademloos toekeken als zij begon. Deze ballerina was door Rusland op gezondheidsreis naar Letland gestuurd, echter zonder geld. Diaghilev had van dit trieste verhaal gehoord en greep zijn kans.
The Sleeping Princess deed Diaghilev financieel bijna de das om: `I very nearly killed off my theatrical venture abroad (…) This misadventure thaught me one lesson (…) that it is not my business and it is not up to me to concern myself with reviving the triumphs of days gone by.’
De Britse pers – die de moderne Diaghilev normaal gesproken te onbegrijpelijk voor het gewone publiek vond – bekritiseerde hem nu voor het opvoeren van een klassieker. Het zou een ‘provincial Christmas pantomime show’ zijn. Maar de kleurrijke pracht en praal van Bakst werd wel bejubeld. Het publiek was gewend aan drie choreografieën op een avond en vond deze gebeurtenis, met een hele avond dezelfde personages, uiterst saai.
In het Alhambra werd The Sleeping Beauty 115 keer opgevoerd. Alle keren was het ballet uitverkocht.
Meer info over deze en andere versies vind je hier in het Engels.

In veel klassieke balletten komen mime -rollen voor.
Niet dans, maar gebaren en gelaatsuitdrukkingen staan dan centraal. Mime wordt vooral ingezet om de verhalende kant van het ballet duidelijk(er) te maken. Klassieke balletmime is een heel eigen taal, waarin allerlei bewegingen heel vastomlijnde betekenissen hebben.
In The Sleeping Beauty komt opvallend veel mime voor. Choreograaf Sir Peter Wright hecht buitengewoon belang aan deze mime en vat haar bovendien op als choreografie . Met name de feeën in De Proloog – zes goede onder aanvoering van de Seringenfee, en één slechte, Carabosse – laten zien hoe expressief het lichaam kan zijn.