Vanaf 1740 tot de Romantiek

1740 - 1840

Zo rond 1735 drong ballet ook door tot Rusland en Engeland.
In Rusland vestigde het Russische hof de School van St.Petersburg, en in die stad ontstond toen de op een na oudste balletacademie.
In Engeland ontstond onder leiding van balletmeester John Weaver (1673-1760) het ballet d’action: ballet zonder gesproken tekst. Het hele verhaal werd verteld aan de hand van dans en pantomime .
Zijn belangrijkste schepping was ”De liefdes van Mars en Venus” waarin onder meer de eerste Engels ballerina Hester Santlow (1690-1773) schitterde. Hoewel het stuk veel succes had raakte “De liefdes van Mars en Venus” in de vergetelheid, net als Weaver zelf, en het zou afgelopen zijn geweest met het ballet d’action als de Italiaan Gaspero Angiolini (1731-1803) en Jean Georges Noverre (1727-1810) deze balletvorm niet voortgezet hadden.
In die tijd droegen de dansers zware en uitgebreide kostuums wat hen het dansen nogal lastig maakte. Bovendien hadden ze leren maskers op en dat maakte acteren weer moeilijk. Noverre wilde hiervan af en in 1763 zette hij de voorstelling ”Jason en Medea” op het toneel zonder maskers en die zware traditionele kledij. Het publiek bleek geschokt door de levendige expressie op de gezichten van de dansers.

Maria-Madeleine de Crespé(1760-1796) een ballerina uit die tijd maakte samen met haar man Jean Dauberval (1742-1803) voor het eerst een ballet dat ging over de middenklasse van de bevolking: gewone mensen dus.
In 1789 ging deze voorstelling in Bordeaux in première. "Le ballet de la Paille” ging over een moeder die een goede partij zocht voor haar dochter. Dit ballet staat nu bekend onder de naam La Fille Mal Gardée .
Gedwongen door de Franse Revolutie die toen uitbrak moest Dauberval in Bordeaux blijven. Tijdens dat verblijf kwam de Italiaan Salvatore Vigano (1769-1821) bij hem in de leer, samen met diens vrouw. Vigano was een echte homo universalis :hij was acteur, musicus en dichter. Zijn stukken werden vergeleken met die van Shakespeare en Beethoven de beroemde componist, schreef voor hem zijn enige muziek voor ballet. Aan de hand van tekeningen van Vigano en zijn vrouw zien we dat de Franse Revolutie, behalve veranderingen in de maatschappij, ook veranderingen op het podium bewerkstelligt. We zien dat de kledij van zijn vrouw als ballerina op het toneel, lichter is dan ooit: ze draagt luchtige kleren van dezelfde snit als de Empiremode die in die tijd populair is, en…..beide dansers dragen voor het eerst soepele, flexibele schoenen!

In deze tijd gaan de ballerina’s voor het eerst op de toppen van hun tenen dansen, of, zoals dat officieel heet, en pointe .
Op een prent uit 1821 zien we voor het eerst een zekere Fanny Bias zo dansen. Er wordt echter ook beweerd dat al in 1815 Geneviève Gosselin al op haar tenen danste.
Hoe dan ook, degene die deze manier van balletdansen wereldberoemd heeft gemaakt was Marie Taglioni (1804-1884) uit Italië. Ze schijnt al vanaf haar 18e jaar zo gedanst te hebben. Speciaal voor haar maakte haar vader La Sylphide, een van de eerste belangrijke balletten die nog tot op de dag van vandaag worden opgevoerd. In dit ballet droeg de danseres een klokvormige jurk met een strak lijfje. We zullen zien dat hieruit later in de tijd van de Romantiek de tutu ontwikkeld wordt.
Eerder (in 1831) had pa Filippo Taglioni de choreografie verzorgd voor een geestenscène van gestorven nonnen in een opera van Meyerbeer , Robert le Diable. Daarin kwamen overleden nonnen met witte habijten uit hun graven om een spookachtige dans uit te voeren.
In het latere ballet la Sylphide , wat pa Taglioni speciaal voor zijn dochter zou gaan schrijven, wordt het witte nonnenkleed vervangen door witte tutu’s. Het ballet blanc in haar oervorm is dan ontstaan.

Gerelateerde voorstellingen:

Gerelateerde personen: