Moderne dans in de jaren tachtig
en negentig

1980 - 2000

In de jaren tachtig en negentig van de 20e eeuw was er een enorme verscheidenheid aan stijlen. Eind jaren zeventig kwam er in de danswereld een sterke tegenbeweging op gang die zich keert tegen de abstracte principes van de voorgangers uit de jaren 50, 60 en 70.
De Duitse choreografe Pina Bausch weet zich met haar Wuppenthaler Tanztheater een onmiskenbare plek te veroveren op de landkaart van de dans met haar expressieve en theatrale dansstukken. Zij luidt de opkomst van het `danstheater' in: dans die gebruik maakt van allerlei theatrale middelen en niet alleen die van beweging. Bausch plaatst de persoonlijkheid van de danser centraal in haar dansstukken. Haar dansers zijn dan ook eerder toneelpersoonlijkheden dan sublieme virtuoze dansers. Vaak laat zij hen tijdens de repetities improviseren en op grond van autobiografische gegevens ontstaat er materiaal dat verwerkt wordt in het dansstuk.
Centraal thema in haar werk vormt de strijd tussen de seksen: de man wordt vaak geportretteerd als agressor en de vrouw als gedomineerd slachtoffer. In haar sterk fysieke dansstukken spiegelt zij ons een weinig positief wereldbeeld voor waarin echt contact tussen mensen onmogelijk is en de communicatie bestaat uit misverstanden en onbegrip.
Naast het danstheater is er in een andere belangrijke beweging die in deze jaren van zich laat horen: de butoh-dans . Deze dansvorm is afkomstig uit Japan en betekent letterlijk: 'dans van de sombere ziel'. Het is een uiterst gestileerde dansvorm waarin de dansers, vaak kortgeschoren, wit-gepoederd en ontdaan van elke individualiteit, het beeld oproepen van een verdoemde wereld. Er gaat een grote kracht van butoh uit omdat er een uiterste concentratie van de dansers vereist is. De butoh-dansers draaien hun ogen weg zodat alleen het wit van de oogbal nog te zien is: hiermee kijken ze als het ware naar hun eigen ziel. Het oogt voor ons westerlingen een beetje beangstigend, maar ook fascinerend.
In deze jaren is ook het ballet van Nederlandse bodem zeer sterk in opkomst. Drie choreografen die later bekend zullen worden als 'De Grote Drie', Hans van Manen , Rudi van Dantzig en Toer van Schayk vestigen hun naam en faam in deze jaren, o.a. bij Het Nationale Ballet .

Ook de protestbeweging punk die eind jaren zeventig in Engeland ontstaat, vond in dans een belangrijk expressiemiddel.
De Engelse choreograaf Michael Clark, van oorsprong klassiek geschoold, choreografeerde zijn stukken op punkmuziek en liet zich inspireren door de 'pogo' de gevechtsdans waarmee de punkers zich op concerten vermaakten. Michael Clark schokte vriend en vijand door zijn moeder - hoogbejaard en een beetje van lotje getikt - naakt in een dansstuk op te laten draven.
Verbonden met de punkbeweging was ook het Canadese dansgezelschap La La La Human Steps van choreograaf Edouard Lock. Wereldberoemd werden zijn in de lucht uitgevoerde, horizontale headspins . Het boegbeeld van La La La Louise Lecavalier werd zelfs door de bijna onmenselijke uitvoering van deze beweging tot 'moderne-dansdiva' gebombardeerd.

Gerelateerde voorstellingen:

Gerelateerde personen:

Gerelateerde multimedia: