Expressionisme in de dans

1902 - 1930

Rond 1902 kwam o.a. in Duitsland het expressionisme op in de schilderkunst, een belangrijke stroming. De expressionisten wilden kunst maken met een zo groot mogelijke persoonlijke impact. Alle emoties moesten op een heel nadrukkelijke manier, bijna provocerend naar voren worden gebracht. Alsof ze 'van het doek spatten'.
Op het gebied van dans had Rudolf von Laban nadrukkelijke ideeën over expressionisme . Hij bedacht de term Ausdrucktanz die in Europa zeer populair werd. Deze dansvorm wilde iets uitdrukken, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, veel meer dan behagen of mooi zijn. Dans moest uiting geven aan intense emoties en niet aan esthetische of fysieke normen. Belangrijke vertegenwoordigers van de Ausdrucktanz waren Mary Wigman en Kurt Jooss . Wigman werd beroemd door haar Heksendans waarin ze de toeschouwers confronteerde met de slechte kanten van de mens: het verval, vernietiging en dood. Als een lelijk hekserig wijf danste ze over het podium alsof ze het publiek wilde bezweren met toverformules.
Kurt Jooss , een andere belangrijke leerling van von Laban, behield nog wel iets van de grondbeginselen van de academische ballettechniek, maar combineerde deze met de nieuwe expressionistische principes. Heel beroemd werd zijn choreografie De groene tafel , waarin afwisselend satirische scènes van vergaderende hoge heren en de taferelen van een verwoestende oorlog te zien waren. Een indrukwekkend manifest tegen de vernietigingsdrift van de mens dat ook nu nog op het repertoire van dansgezelschappen een belangrijke plaats heeft.

In het begin van deze eeuw werd de moderne dans door vrouwen gedomineerd.
In een periode dat vrouwen nauwelijks iets in de pap te brokkelen hadden, vonden enkelen in dans een manier om te zeggen wat zij wilden zeggen en zich te ontdoen van de onderdanige positie die vrouwen in die tijd innamen. Danseressen als Loie Fuller en Isadora Duncan dansten bijvoorbeeld zonder corset.
Revolutionair!
Zij maakten furore met dansen waarin ze zich niet alleen ontdeden van het pijnlijke stramien van de insnoering van hun middel, maar ook van de academische dansprincipes. De bewegingen waren vloeiend en voornamelijk geïnspireerd op de natuur: organische vormen die deden denken aan ranke bloemen, het golven van de zee, of vlinders. Deze danseressen beoefenden hun kunst op blote voeten, in loshangende jurken of zelfs naakt!

Van grote invloed op de ontwikkeling van de moderne dans was François Delsarte, een gevierd hoogleraar aan de Universiteit van Sorbonne in Parijs.
Zijn colleges werden door vele kunstenaars maar ook door ministers en staatshoofden gevolgd! Hij had revolutionaire ideeën over lichaamsexpressie en ontwierp een`systeem' van lichamelijke oefeningen waarin hij er van uitging dat alle beweging voortkomt uit een bepaalde emotionele of geestelijke gesteldheid. Hij vond dat elke beweging een bepaalde betekenis had en van nature harmonieus moest zijn. Deze theorie ontketende een rage in de eerste jaren van de twintigste eeuw in de 'harmonieuze gymnastiek' en waarschijnlijk ken je die oude filmpjes en foto's wel van blakend gezonde mensen die in de buitenlucht acrobatische toeren uithalen en met elkaar mooie figuren uitbeelden.

Gerelateerde voorstellingen:

Gerelateerde personen: