Dansers leven in een wereld van
rangen en standen.

Vrijheid, gelijkheid, broederschap, of zoals de Fransen zeggen: liberté, egalité, fraternité!

Voor balletdansers in balletgezelschappen over de hele wereld is dit niet in alle opzichten van toepassing. Volgens de aloude ballettraditie worden dansers ingedeeld in verschillende rangen en standen die met Franse namen worden aangeduid. De diverse rangen zijn:

Voor de vier volgende rangen geldt geen vast moment voor benoeming. Afhankelijk van dansprestaties en talenten krijgt een danser promotie. Voor sommige dansers betekent dat, dat ze hun carrière binnen het corps de ballet zullen maken, wat op zich prima is. Sommigen stoten echter door naar de volgende rangen:

Bij Het Nationale Ballet wordt ook wel eens afgeweken van de hiërarchie, zeker wanneer het repertoire uit modern werk bestaat. Soms danst een tweede solist een hoofdrol of staat een eerste solist in een groepsdans.

Voor alle voorstellingen wordt met twee of drie verschillende 'casts' geoefend, althans wat betreft de hoofdrollen. Twee of drie verschillende paren dansen de rollen van Romeo en Julia bijvoorbeeld. Zo kan er altijd een team vervangen worden in geval van blessures en bovendien krijgen meer dansers de kans om eens een hoofdrol te dansen.

In tegenstelling tot een academisch balletgezelschap is een rangenstelsel bij een modern dansgezelschap niet of veel minder aan de orde. Alle dansers zijn daar in principe gelijk.

Niet elke danser kan alles dansen: de een is beter in abstracte dans, de ander kan beter gevoel uitdrukken,een volgende legt uitstekend humor in zijn of haar bewegingen. Veel moderne dansstukken vragen om een danser die ook kan acteren. Naast techniek zijn creativiteit, ritme, persoonlijkheid en uitstraling belangrijk.



Terug naar de specials.