De beeldjes van Degas

Een van deze beeldjes, “Danseresje van veertien”, (1880/1881, brons en textiel) behoort tot de collectie van Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam.
Het één meter hoge beeldje van de 14- jarige danseres Marie van Goethem, een leerlinge van de dansschool van de Opéra in Parijs, was, toen het gepresenteerd werd aan het publiek, een steen des aanstoots.

Degas maakte heel veel voorstudies voor dit beeldje. Hij tekende zijn model eerst in de meest uiteenlopende aanzichten: van achteren, van opzij, van voren - meestal met de been- en armhouding heel sprekend: de rug recht, de schouders naar achteren, het rechterbeen naar voren gestrekt en de armen achter de rug zo gedraaid dat de handen zijn samengevouwen.

Het danseresje houdt haar hoofd een beetje achterover, de kin in de lucht. Degas voorzag de beschilderde wasfiguur van een wrong echt haar met een grote zijden strik, een lijfje en een balletrokje, beenwarmers en balletschoenen.

In een speciale glazen kast presenteerde hij zijn werkstuk op de zesde impressionistische expositie in 1881.
De critici waren met ontzetting geslagen en niet mals met hun kritiek: ‘Een bloem van vroegrijpe verdorvenheid', 'dierlijke schaamteloosheid' en 'het ziekelijke gezicht van het amper volgroeide meisje, een straatmeid, is onvergetelijk', zijn een paar beoordelingen die het arme danseresje van Degas ten deel vielen. Degas' voor die tijd ongehoorde realisme was een schok voor zijn tijdgenoten: men was immers gewend aan geďdealiseerde naakten, die volgens het gangbare schoonheidsideaal gemaakt werden. Daar voldeed dit werk totaal niet aan!
Tijden veranderen echter: bij een veiling In 1996 bracht een bronzen afgietsel van ‘het Danseresje van veertien’ een bedrag op van 10,8 miljoen dollar!

Klik hier om een grote selectie uit het werk van Dégas te bekijken