Ballet en Beeldend: Edgar Degas

Misschien heb je wel eens van de kunstenaar
Degas gehoord?

Hij leefde van 1834 – 1917 in Parijs en hield veel van ballet en het nachtleven. Hij tekende en schilderde graag danseressen met kleurige tutu’s. Opvallend is dat hij meestal niet de echte balletvoorstelling als onderwerp van zijn schilderijen koos, maar de repetities voorafgaand aan de uitvoering. Je ziet op de schilderijen en pasteltekeningen de balletmeisjes oefenen in de studio of op het toneel, zich uitrekken, de linten van hun spitzen strikken of stiekem even gapen tijdens de pauzes.
Degas maakte ook een serie beeldjes van danseressen in allerlei houdingen. Als je ze op één lijn zou opstellen en als je je oog langs de rij zou laten gaan zou het bijna lijken alsof ze gaan bewegen zoals in een tekenfilm.
Na Degas’ dood pas zijn de geboetseerde beeldjes in brons gegoten. Het ging om staande figuren van vaak nauwelijks een halve meter hoog: renpaarden, badende vrouwen en vooral veel danseressen. Slechts 73 konden worden gerestaureerd en vervolgens in kleine oplagen van ongeveer 22 exemplaren in brons gegoten.
Dat Degas zich met boetseren ging bezig houden, heeft slechts zijdelings te maken met het feit dat zijn gezichtsvermogen de laatste drie jaren van zijn leven steeds meer achteruitging. Beeldhouwen maakte het namelijk mogelijk om de tot stilstand gekomen bewegingen van de danseressen, het evenwicht dat hij ook in zijn schilderkunst probeerde vast te leggen, driedimensionaal vorm te geven.
Met hun wankele evenwicht tussen beweging en stilstand zijn Degas' danseresjes gedurfde constructies. En dat vond de kunstenaar zelf ook. Tegen een vriend zei hij: 'U zult niet willen geloven hoeveel dat bouwwerk daar gekost heeft aan pijn en moeite; vooral het evenwicht is zo moeilijk tot stand te brengen.'