Alexander de Grote

-

De Macedonische koning Alexander de Grote veroverde in een tijdsbestek van 12 jaar een rijk dat zich uitstrekte van MacedoniŽ bij Griekenland tot ver in AziŽ bij India en het Midden-Oosten, in Egypte.
In 356 voor Christus werd Alexander, later de Grote genoemd, geboren in Pella, MacedoniŽ. Hij stierf op 10 juni 323 voor Christus in Babylon als koning van MacedoniŽ. Alexander werd dus slechts 33 jaar.
Als leerling van Aristoteles was hij vertrouwd met de Griekse opleiding. Al in zijn jeugd viel hij op door zijn moed.
Na de gewelddadige dood van zijn vader, kwam Alexander in 336 v.C. op 20-jarige leeftijd aan de macht. Alexander de Grote werd veldheer en leider van de Corinthische Bond. Als zodanig wist hij de noordgrens van zijn land veilig te stellen na een veldtocht tegen de ThraciŽrs en de Illyriers.
In het jaar 335 v.C. sloeg hij een opstand van Griekenland neer met de verwoesting van Thebe, die als waarschuwing voor de Grieken bedoeld was.
In 334 begon hij de oorlog tegen de Perzen. Hij trok met een leger van meer dan 40.000 man, waaronder een grote ruiterafdeling, naar Klein-Azie.
In 333 overwon hij bij Issos de Perzische koning Darius III. Na de onderwerping van SyriŽ en Palestina werd Alexander de Grote in Egypte begroet als de bevrijder van de 200 jarige overheersing door de Perzen. Hij stichtte er de stad AlexandriŽ.
In 331 trok hij naar de Tigris en overwon hij definitief de Perzen bij Gaugamela, die streden onder Darius III. Hij veroverde de steden Babylon, Susa en Persepolis.
Alexander probeerde zijn veroveringen vast te houden door de versmelting van de verschillende volkeren en culturen. Hij huwde zelf met Roxane, een vorstendochter. Later huwde hij nog met een dochter van Darius. Zijn pogingen om Perzische zeden over te nemen leidden bij zijn landgenoten tot haat en samenzweringen, die hij bloedig moest onderdrukken.
In 327-325 trok hij, zonder strategische noodzaak naar het noordwesten van IndiŽ waar hij koning Poros overwon. Door muiterij in zijn troepen werd hij echter gedwongen tot een terugkeer die met immense ontberingen gepaard ging.
Alvorens Alexander een politieke eenheid tot stand kon brengen tussen MacedoniŽ, Griekenland en Voor-AziŽ stierf hij in 323 aan malaria.