Aristoteles

-

Aristoteles (384-322 v.C.) werd te Stagirus (het latere Stagira) in MacedoniŽ geboren. In 367 kwam hij naar Athene. Hij volgde er twintig jaar lang de colleges aan de Academie als leerling van Plato en deed er ook zelfstandige onderzoekingen.
Hij had veel respect voor Plato, al week hij soms van diens inzichten af. Toen bij Plato's dood in 347 Speusippus hem als leider van de Academie opvolgde, trok Aristoteles naar Klein-AziŽ, waar hij trouwde en een eigen school stichtte.
In 342 werd hij door Philippus II van MacedoniŽ met de opvoeding van diens zoon Alexander belast. Toen Alexander in 336 aan de macht was gekomen, opende Aristoteles te Athene een school in het Lyceum (Lykeion, een gymnasium, aan Apollo Lykeios gewijd) dat aan de noordoostzijde van de stad gelegen was.
Haar naam 'peripatetische school' ontleende ze aan de omstandigheid dat Aristoteles gewoonlijk wandelend doceerde (volgens anderen aan de peripatus (peripatos), de wandelgang, in dit gebouw). Aristoteles gaf tweevoudig onderricht: 's morgens esoterische colleges (akroaseis) voor een kleine kring van meer gevorderden, 's middags voor een groter publiek meer populaire (exoterische) voordrachten (eksoterikoi logoi).
Ook zijn geschriften zijn aldus in te delen, maar de eerste soort is het meest uitgebreid. Toen in 323 een sterk anti-Macedonische stemming zich te Athene deed gelden, week Aristoteles uit naar Chalcis op Euboea, waar hij een jaar later overleed.