Karl Marx

1818 - 1883

Karl marx werd geboren in Trier (Duitsland) op 5 mei 1818 als zoon van een rechtsgeleerde, zijn moeder was een Nederlandse.
Aan de universiteit van Jena promoveerde hij tot doctor in de filosofie. Pogingen om aan een universiteit benoemd te worden mislukten, omdat de Duitse reactionaire universiteiten hem te liberaal vonden.
In 1842 werd Marx redacteur van de Rheinische Zeitung en hield zich steeds meer bezig met economische vraagstukken, maar wegens zijn radicale opvattingen werd dit blad in 1843 verboden.
In 1844 vestigde Marx zich in Parijs, waar hij redacteur werd van de Deutsch Französische Jahrbücher, waarin felle kritiek werd geleverd op de bestaande maatschappelijke orde. Door een artikel in dit blad leerde hij de zakenman Friedrich Engels uit Manchester kennen, waarmee hij zeer bevriend werd.
In 1845 werd Marx gedwongen Parijs te verlaten en vestigde zich in Brussel samen met Friedrich Engels. Ze sloten zich aan bij de socialistische beweging. Samen schreven zij het Communistisch Manifest.
In 1848 vertrokken Marx en Engels naar Duitsland om actief deel te nemen aan de revolutie. Dit mislukte en Marx werd opnieuw verbannen. Hij vestigde zich nu in Londen, waar hij de rest van zijn leven verbleef.
In 1867 verscheen de eerste druk van Das Kapital, het beroemdste boek dat de grondslag vormde voor het Marxisme. Volgens de theorie van Marx veroorzaakt de invoering van machines een verlaging van de kosten van het levensonderhoud en dus van de lonen.Volgens Karl Marx zullen de krachten in de bestaande kapitalistische maatschappij deze omvormen tot de ‘collectivistische’ maatschappij.
Marx onderscheidt (voorspelt) daarin de volgende vijf krachten of stadia:
1. De concentratiewet, waarbij grote ondernemingen voortdurend de kleine opslokken, en hierdoor steeds grotere ondernemingen ontstaan.
2. De accumulatiewet, veronderstelt dat kapitalisten, die de meerwaarde ontvangen, door concurrentie proberen de omvang van de ondernemingen steeds te vergroten.
3. De Verelendung, de voortdurende verslechtering van de positie van de proletarische klasse, die afhankelijk zijn van de kapitalisten. De armoede zal steeds groter worden.
4. De crisistheorie, die wordt afgeleid uit de wet van de steeds maar dalende winstvoet. Het gaat de bedrijven steeds slechter, waardoor arbeiders worden ontslagen. Hierdoor ontstaat weer sociale ellende.
5. De ineenstorting (Zusammenbruch) van de kapitalistische maatschappij. De crises, aldus Marx, zullen elkaar steeds sneller opvolgen en de positie van de arbeidende klasse zal voortdurend slechter worden. De spanning tussen de klassen wordt onhoudbaar.
Karl Marx overlijdt in 1883 in Londen.