Fotografie

1816 -

Joseph Niepce wordt beschouwd als een ven de uitvinders van de fotografie: in 1816 maakt hij zij eerste houdbare opnamen, die hij heliografieën noemt wat letterlijk wil zeggen: ‘met licht geschreven’.
Een uitvinding uit 1841 van de Engelsman Talbot maakte het mogelijk via een negatief beeld meerder opnamen te maken van eenzelfde situatie.
Nadat men bekomen was van de verbazing om d.m.v. licht een beeld te laten ontstaan, gebruikte men de fotografie als middel om de werkelijkheid vast te leggen.
Na de dood van Niepce slaagde Daguerre erin een procedé te ontwikkelen waardoor de belichtingstijd een stuk korter werd.
Impressionisten gebruikten de fotografie als hulpmiddel bij het vastleggen van hun indrukken. Ook compositorisch zie je de invloed van de fotografie, door de afsnijdingen bijvoorbeeld.
Een schilder als Breitner (Haagse School) ontwikkelde zich tot een uitstekend fotograaf.